Geloven in een exclusieve waarheid ligt lastig in de inclusieve samenleving van nu

Christenen die een exclusieve waarheid claimen, worden al gauw als intolerant gezien. Theologen bespreken vandaag hoe je in een samenleving waarin je tolerant moet zijn naar alles en iedereen toch trouw aan je geloof kunt zijn. Wie denkt dat alleen moslims nogal hardhandig omspringen met afvallige geloofsgenoten, kent het bijbelboek Deuteronomium niet: wie andere goden vereert dan de God van Israël, moet gestenigd worden tot de dood erop volgt. ‘Een erg ongemakkelijk tekst’, vindt Bernhard Reitsma, bijzonder hoogleraar kerk in de context van de islam aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zeker in de samenleving van nu, waarin alles draait om tolerantie en inclusiviteit – iedereen hoort erbij.
Een groep deskundigen buigt zich de komende twee dagen (17 en 18 mei 2021) tijdens een expertmeeting aan de Vrije Universiteit over de vraag hoe je als gelovige recht kunt doen aan die inclusieve samenleving en er tegelijkertijd een exclusief geloof (‘dit is de waarheid’) op na kunt houden. Is het echt zo ingewikkeld in de samenleving te functioneren met een duidelijk omlijnd geloof?
‘In een seculiere samenleving wordt benadrukt dat je niet zo op je strepen moet gaan staan als het gaat over geloof. De ruimte om als christen je eigenheid te bewaren en toch inclusief te zijn, staat onder druk. De vraag is hoe je als christen trouw kunt blijven aan de overtuiging waar je voorstaat – dat God zich in Jezus heeft geopenbaard – en tegelijkertijd in de samenleving verbindingen kunt leggen, ook met mensen met wie ik het niet eens ben. ’Wie andere goden vereert, moet dood, staat in Deuteronomium 17. Zo’n tekst geeft weinig ruimte. ‘Het is de meest exclusieve vorm van exclusivisme: als mensen niet meer geloven, horen ze niet meer in de samenleving, en zelfs niet in het leven thuis. Ik vind dat een ongemakkelijke boodschap. En er zijn meer teksten in de Bijbel waar een vrij scherpe lijn tussen binnen en buiten wordt getrokken. ’Het lijkt erop dat maar weinig christenen met teksten als deze in hun maag zitten. ‘Nee, Deuteronomium 17 kom je niet tegen in boeken waar ongemakkelijke bijbelteksten worden besproken. De teksten waarin staat dat iemand die God de rug toekeert gedood moet worden, laten we liggen. We zeggen al gauw: ja, maar dat is toch het Oude Testament? ’Is dat een goede redenering: het is de oude bedeling, dus niet meer voor ons?
‘Nou, de redenering dat het Oude Testament niet voor christenen geldt, is al heel lang geleden afgewezen als een ketterij. En we lezen de Bijbel dan selectief, want we pikken wel de Tien Geboden en mooie Psalmen mee. En bovendien wordt in het Nieuwe Testament, in Hebreeën 10 vers 28, die tekst uit Deuteronomium geciteerd. Dus nee, dat is geen logische redenering, je kunt die teksten niet zomaar wegpoetsen en zeggen ‘dat was voor toen”. Natuurlijk staan ze in een bepaalde context, maar dan nog blijft het ongemakkelijk dat dit de wil van God is. Zo’n tekst stoort mijn theologie, en dat is goed. Het zet me aan het denken: wat zegt dit over de manier waarop ik de Bijbel lees? Wat zegt dit over mijn beeld van God? ’Wat moeten we dan vandaag met die teksten? ‘In ieder geval niet overslaan, want dan schep je een geloof dat jou uitkomt. De vraag is hoe je religieus exclusief kunt zijn –‘wat ik geloof is waar en belangrijk voor anderen’ – en tegelijk sociaal inclusief: leven in een samenleving waar ruimte is voor alle religies, inclusief die waar ik het niet mee eens ben. Hoe doe je dat? Is dat eigenlijk wel mogelijk? Hoe ben je kerk in een wereld waar heel veel andere religies zijn? Daar gaan we het over hebben tijdens de meeting. ’Is geloven in een exclusieve waarheid extra ingewikkeld in een tijd waarin inclusiviteit in de samenleving met hoofdletters geschreven staat? ‘Ja, in bepaalde periodes in de geschiedenis was dat geen issue, omdat geloofsafval werd gezien als overlopen naar de tegenstander. In onze tijd ligt dat moeilijker. Nu bestaat het beeld dat iedereen erbij moet horen, hoe verschillend je ook bent en denkt. Al is de werkelijkheid anders. We zeggen wel dat we heel inclusief zijn, maar zijn dat niet. Dat zie je bijvoorbeeld bij discussies over etniciteit en gender: we sluiten daar onbewust mensen uit.’
Nederlands Dagblad https://www.nd.nl/geloof/geloof/1034960/exclusief-geloof-ligt-lastig-in-inclusieve-samenleving#3/4

Tegenstellingen

Als ik terugkijk op het afgelopen jaar, dan kan ik er eigenlijk niet bij hoeveel er ineens mogelijk is geworden, wat daarvoor op principiele bezwaren stuitte. Ik heb al eens eerder geschreven over handen geven, wat zo fundamenteel bij onze cultuur hoorde, dat eigenlijk niet werd geaccepteerd als moslims dat principiele redenen niet wilden doen. Nu hoor je daar niemand meer over. Hetzelfde geldt voor wat er in de kerk allemaal niet mogelijk is. Je kunt tegenwoordig via internet op een computerscherm, lees tv, uitzendingen van diensten van de Ger Gem meemaken, terwijl dit kerkgenootschap nog steeds tegen televisie is. Talloze kerken die principieel tegen een beamer waren zijn spontaan overgegaan op een beamer. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Bijzondere omstandigheden laten zien dat heel veel relatief is.

Maar er is nog iets anders dat heel hard is gaan schuiven. Complottheorieen.
Dat was tot voor kort vooral iets van landen buiten Europa, M.O. etc. en iets dat vooral liet zien hoe moslims nog steeds zouden achetrlopen bij de beschaafde westerse wereld geen hand wilden geven niet werden. Er is nu ongeveer een jaar Corona in Nederland. Toen wij naar het Midden Oosten vertrokken, zo’n 20 jaar geleden, kregen we uit onze omgeving nogal eens te horen dat je moest oppassen met Arabieren in het algemeen, en met moslims in het bijzonder. Waarom? Omdat je ze niet zou kunnen vertrouwen. Ze liegen en lichten je op waar je bij staat. Zo klonk het nog wel eens, uit de mond van mensen die overigens vaak nog geen voet in het Midden Oosten hadden gezet. En zeker, we zijn best wel eens opgelicht en bij de neus genomen, overigens door christenen niet minder dan door moslims. Toch kan ik niet zeggen dat de mensen die ik heb leren kennen nu door hun afkomst onbetrouwbaarder zijn dan de gemiddelde Nederlandse burger.

Dat feit wordt de laatste maanden op nog een hele andere manier bevestigd. Eén van de dingen die je in het Midden Oosten vrij stelselmatig tegenkomt, is het rondgaan van complottheorieën. Over de overheid, die corrupt is en alles doet om de bevolking het leven zuur te maken, over hoe het Westen en de staat Israël er alles aan doen om het Midden Oosten klein te houden en te overheersen. Ook op andere manieren is er wel eens irrationele paniek. Bij een zonsverduistering kunnen mensen zomaar binnen blijven uit angst voor gevaarlijke straling en bij Corona weet je ook niet meer wie het waar vandaan al dan niet bewust heeft meegenomen. Op zich allemaal niet zo schokkend, maar voor veel Westerlingen wel een teken van inferioriteit. Irrationele angst voor allerlei zaken, waar we in tussen in het Westen al lang afstand van genomen hebben. We blijken ineens heel erg vatbaar voor complottheorieen. Nu komt dat niet helemaal uit de lucht vallen. Uit onderzoek blijkt dat waar de wereld onvoorspelbaarder wordt, waar het leven onzeker is en bedreigd wordt door oorlog, economische crises of door ziektes, complot theorieen evenredig toenemen.

Voor mij klinken sommige dingen die ik hoor als volkomen absurd. Dat mensen zich afvragen hoe bedreigend Corona is, kan ik me voorstellen en of de maatregelen in verhouding staan. Het is altijd goed om moeilijke afwegingen te blijven doordenken en bespreken. Maar dat mensen denken dat artsen een pandemie faken, mensen 20.000 euro betalen om op de IC te gaan liggen, Bill Gates de wereld wil infecteren met chips, en dat dit dan ook is wat het bijbelboek openbaring al heeft voorspeld, daar kan ik echt niet bij. Dat een groot deel van de republikeinen in Amerika gelooft dat …. (cf. NOS), dat snap ik dan weer niet.
Wat in ieder geval duidelijk is, is dat er niet zo heel veel verschil is tussen het Westen, het Oosten, tussen Nederlanders, Amerikanen en Arabieren, Christenen en moslims. We zijn allemaal even vatbaar voor complotdenken…

Bij ons is het wel anders dan in het MiddenOosten. Hier zie je ineens een hele grote weerstand tegen de wetenschap, het onderwijs en de zogenaamde elite. Je kunt de wetenschap niet vertrouwen, artsen eigenlijk ook niet, want die faken een pandemie en betalen 20000 euro aan mensen om op de IC te gaan liggen (hoe ze dan die diepe en lange coma faken, daar wordt dan weer niet over nagedacht, net zo min als al die mensen die overleden zijn en het verdriet van hun familie.

Dat ken ik uit het Midden Oosten niet. Onderwijs staat zeer hoog aangeschreven, wetenschap is onvoorstelbaar belangrijk en iedereen wil studeren als hij de kans krijgt. Wantrouwen tegen de overheid, dat dan weer wel, maar misschien meer gerechtvaardigd dan in Nederland. De corruptie is op veel plaatsen in de wereld behoorlijk en als politiek ook de rechterlijke macht en de wetgevende macht beheerst, dan wordt het link. Je kunt echter met weinig recht dat de Nederlandse overheid en samenleving verwijten.

Overigens, het is interessant dat de meeste mensen die in complot theorieen geloven hierop meteen zeggen: het is geen complottheorie, dit is de werkelijkheid, de overheid, de famaceutische industrie (waar ik overigens best nog eens een appeltje mee wil schillen, want waarom duurde het zo lang voor Ebola vaccin, dat heeft toch te maken met dat het ons in het Westen niet raakt), de pers, de wetenschap, de elite vertellen ons alleen maar leugens (NTA) Wantrouwen in de wetenschap, elite, etc.. Het lastige in dit soort situaties, daar is al vaker op gewezen, is dat het onmogelijk is op een redelijke rationele manier de argumenten voor complottheorien te bespreken. Sterker nog, Qanon, dat deep State, etc. etc. Het is allemaal niet nieuw, komt telkens terug in een ander jasje, maar het maakt dus blijkbaar niet uit waar je bent, of wat je gelooft.

Het blijkt nu dat wij in het Westen niet minder gevoelig zijn voor allerlei complottheorieen dan moslims, Joden, Arabieren, Afrikanen en wie ook maar. Blijkbaar is het zo dat mensen naar complottheorieen grijpen als de wereld onoverzichtelijk wordt, onveilig, onvoorspelbaar en we geen grond meer onder de voeten hebben. Dan bestaat Corona eigenlijk niet, dan moeten we ons er dus ook niet tegen inenten en al helemaal niet druk maken over maatregelen. Laten we lekker koffie drinken na 9.00 uur in het centrum. Demonstreren, grondrecht, maar zorg dan in ieder geval dat je geen extremen aantrekt. Of als politici, zorg dan in ieder geval dat je geen extremen aanmoedigt.

Het is opvallend dat partijen in Urk zeggen: we hadden ons wat gelukkiger kunnen uitdrukken (zie NOS). In Amerika wordt je voor zoiets gelijk afgezet, hier kun je blijkbaar aanblijven als raadslid. Licht absurd, dat wel.

Overigens ben ik wel benieuwd of complotdenkers hun weerstand tegen de wetenschap blijven volhouden als ze met een gebroken been of ontstoken blinde darm in het ziekenhuis terecht komen, of erger. Knap als je dan nog zegt: ik wantrouw de wetenschap, die ontdekt heeft hoe je gebroken benen zet of repareert en hoe een simpele verwijdering van de blinde darm genezing kan brengen. Levensgevaarlijk om de wetenschap te vertrouwen.

Tegen al die mensen die de wetenschap wantrouwen, mocht je nu ooit om wat voor reden in het ziekenhuis terecht komen, met een gebroken been of een ontstoken blinde darm: vertrouw de arts niet als hij zijn wetenschappelijke kennis wil gebruiken om je beter te maken.Wie nog gelooft dat COVID niet bestaat, weest zo dapper om Eens een poosje in Libanon te gaan wonen, in een vluchtelingen kamp of dichterbij. Dit is de reden van de maatregelen, solidariteit, die is verder te zoeken. De enige argumenten die ik hoor.

Tuurlijk ligt er een zeer grote nadruk op de gezondheid, geluk, maar vertel dat aan al die mensen die nog prima jaren hadden kunnen leven, terwijl ze volkomen gezond waren, of misschien suikerziekte hadden, of longproblemen, of… Wees niet al te snel met je oordeel dat het allemaal wel meevalt, als je niet weet waar je het over hebt.

Maar, een kenmerk van tunnelvisie is dat je kunt zeggen wat je wilt, maar dat het toch niet aankomt.

Hadj/offerfeest en corona.

Vanavond zal het … graden zijn. Dat stond in een mail die ik kreeg van ‘New York City relief’, een christelijke hulp organisatie die elke avond New York intrekt met een bus. Die bus brengt eten en drinken naar mensen die geen huis of onderdak hebben of om wat voor reden arm zijn. Je kunt ook komen voor gebed en daar wordt eigenlijk nog het meest gebruik van gemaakt. Hoe dan ook, vannacht is het .. graden. En toen ik dat even op me in liet werken, voelde ik weer de enorme en extreme tegenstellingen die er zijn in de wereld. Als het gaat over de Corona crisis dan baalt de een ervan om al bijna een jaar thuis te werken en studeren en heeft de ander geen eens een huis om naar toe te gaan. kan het heftig zijn om thuis te werken, je collega’s niet te zien, je vrienden en vriendinnen te missen, maar je hebt tenminste een huis om te thuis te werkn.omgaat met Covid, toegang tot goede zorg, de mogelijkheid om thuis te werken, omdat je er in Nederland nogal minachtend gesproken over ArabiedrenCovid: mailtje New York city relief. It will be 18 degrees (fahrenheit)…

Dominee en politicus?

Abraham Kuyper was het. De net gekozen democratische senator in Amerika (Georgia), Raphael Warnock, is het. En op de kandidatenlijsten van diverse (christelijke) partijen voor de aankomende verkiezingen staan ze. Dominees of voorgangers, die ook politiek actief zijn. Alle ruimte om je geloofsidealen voor heel de samenleving te realiseren. Een nobel streven, toch? Of niet? Ik vraag me af of dat eigenlijk wel samengaat: dominee zijn en politicus zijn? Laten de recente gebeurtenissen in de VS juist niet zien hoe gevaarlijk de verbinding van religie en politiek is?

Ik heb al heel lang moeite met politieke dominees of dominerende politici. Het gaat om twee heel verschillende professies, met verschillende verantwoordelijkheden, dat spreekt voor zich. De vraag is of die verantwoordelijkheden in één persoon te verenigen zijn. Het lijkt me heel lastig voor een predikant die als (kandidaat)kamerlid of partijvoorzitter politiek actief wordt, om nog voorganger te zijn voor alle gemeenteleden? Je associeert je met een heel specifieke partij, al dan niet christelijk, waarmee je dus automatisch in een vorm van partijschap terechtkomt. Ik ben weliswaar niet ‘van Paulus of Petrus of Apollos’, maar wel van CU, SGP, Groen Links of VVD. Kun je dan nog wel de hele gemeente bij God vertegenwoordigen en Christus bij de gemeente? Of zijn die noties van het ambt al helemaal verdwenen en is het ambt gewoon een democratische instelling geworden? Politieke stellingname maakt je roeping als voorganger in ieder geval wel lastiger, zowel in de preek als in het pastoraat.
Maar er is nog een ander, misschien wel veel fundamenteler probleem. Verlies je als politicus niet de profetische distantie tot de politiek, die een dienaar van God zou moeten hebben? In Israël waren het de profeten, die de Koningen telkens weer ter verantwoording riepen in het licht van Gods woord. Maar als je zelf onderdeel wordt van het politieke systeem, dan wordt het ingewikkeld. De Koning kan onmogelijk zichzelf controleren. De politiek is maar zelden kritisch op zichzelf. Dat verschil tussen geestelijke en politicus wordt nog veel scherper als het gaat over extremisme en geweld in de samenleving. Een politicus is geroepen om de burgers zoveel mogelijk te beschermen. Je moet het kwade indammen en terroristen onschadelijk maken, desnoods met geweld. Voorgangers zijn volgens het Nieuwe Testament echter geroepen om hun vijanden lief te hebben, te bidden voor wie hen vervolgen en te zegenen wie hen vervloeken. Zij delen het Evangelie van Gods liefde in woord en daad, zonder geweld en macht.
Ik ben in deze altijd onder de indruk geweest van Anne van der Bijl, de oprichter van Open Doors. Hoeveel vervolgde christenen hij ook ontmoette, hoezeer hij ook geraakt was door hun lijden, eerst onder communistisch en later ook onder islamitisch extremisme, hij heeft nooit de rol van politicus op zich genomen om de vervolgde kerk van deze druk te bevrijden. Ik heb nooit iets van vijandsdenken bij hem geproefd. Het is intussen wel bekend dat Anne het woord ISLAM spelde als: I Sincerely Love All Muslims, ik houd oprecht van alle moslims. Vanuit die liefde zocht hij waar mogelijk en soms met gevaar voor eigen leven ook extremistische moslims op om ze te ontmoeten en de liefde van Jezus met hen te delen. Dat is als politicus eigenlijk onmogelijk, althans je hebt een andere agenda.
Geldt dit alleen voor voorgangers? Op zich niet. Geloof en macht is altijd een gevaarlijke combinatie. Maar voorgangers hebben wel een bijzondere positie. Zij moeten de gemeente voorgaan in het liefhebben van hun vijanden en afzien van geweld. Dat maakt een carrière als politicus voor een voorganger zo ingewikkeld, of misschien wel onmogelijk. Benieuwd wat politieke voorgangers hier van denken.

Robert Fisk

Ik had hem heel graag nog een keer ontmoet, Robert Fisk. Hij overleed eind oktober vrij onverwachts op 74 jarige leeftijd. Mogelijk zegt de naam u niets. Fisk was sinds 1976 correspondent in het Midden Oosten voor de Britse krant The Independent. Ooit de meest bekende buitenland correspondent in Groot Brittannië genoemd, door de New York Times heeft hij heel wat prijzen gekregen voor zijn vele reportages uit het Midden Oosten.

Toen ik Fisk leerde kennen, wist ik dat allemaal nog niet. Maar op de een of andere manier raakten zijn artikelen en boeken mij. Misschien omdat hij in de verwarrende wereld in Libanon, waar ik in 1998 in verzeild was verzeild geraakt, wist te duiden. Zijn boek Pity the Nation is fenomenaal. Vanuit Nederland had ik niet zoveel kennis en inzicht meegekregen van de complexe wereld van het Midden Oosten. Noch van de ambivalente rol van het Westen in de geschiedenis, waardoor veel moslims en christenen kritisch zijn geworden op onze imperialistische aandoende politiek.

Fisk werd zich daar wel van bewust. Hij was uitermate eigenzinnig en onafhankelijk en wilde ook de andere kant van de westerse medaille leren kennen. Hij wist zelfs als enige journalist Osama bin Laden te interviewen, tot drie keer toe. Dat hij vloeiend Arabisch sprak gaf hem een voorsprong op andere journalisten, die afhankelijk waren van tolken en verhalen uit de tweede hand. Hij was uitermate kritisch op wat hij noemde hotelkamerverslaggevers, reporters die veilig vanuit een hotelkamer verslag deden van oorlogssituaties. Zo niet Robert Fisk. Hij zocht het gevaar op, om echt te ontdekken wat er speelde.

Het meest aangrijpende wat ik ooit van Fisk gelezen heb, is zijn beschrijving van wat er zich in de Palestijnse kampen Sabra en Shatila heeft afgespeeld, in het zuidelijke deel van de stad Beirut. Na de Israëlische invasie in Libanon in 1982 kregen Christelijke milities vrije toegang tot deze Palestijnse kampen. Alle Palestijnse strijders waren intussen al het land uit, maar onder het toeziend oog van Israël werden de achtergebleven vrouwen, kinderen en oude mannen in koelen bloede vermoord, minstens 2000. Fisk was kort daarna als een van de eersten in het kamp. Zijn beschrijving van wat hij aantrof, gaat door merg en been. Het tafereel deed niet onder voor de gruweldaden van ISIS.

Er was vanzelfsprekend ook kritiek op Fisk. Juist omdat hij hypocrisie en onrecht in de Westerse politiek fel aan de kaak stelde. Hij riep de leiders ter verantwoording omdat ze met geweld en sancties hun eigen belangen oplegden aan het Midden Oosten. En hoe burgerslachtoffers daarbij nauwelijks van betekenis leken. Maar hij trok zich van die kritiek, voor het oog in ieder geval, niet zo heel veel van aan. Hij spaarde niemand, ook geen extremisten of terroristen.

Het is onmogelijk hier Fisk recht te doen. Wat er voor mij uitspringt, is dat Fisk zelf wilde nadenken, vooroordelen en westerse paradigma’s durfde te bevragen en eerlijk luisterde naar wie hij ontmoette. Hij benoemde eerlijk de gruwelijke ellende van de wereld, ook van de extremisten. Het maakte voor hem niet uit wie die gruweldaden beging, kwaad is kwaad. Een Irakees is evenveel waard als een Amerikaan, een Jood evenveel als een Libanees, een Arabische moslim als een Westerse christen. Hij kon zich in elke partij verdiepen. De – helaas ook kort geleden te vroeg overleden – rabbi Jonathan Sack noemde dat: rolomkering. Je proberen te verplaatsen in de schoenen van de ander en de wereld te bekijken met zijn of haar ogen. Dat lost niet meteen al het kwaad op, maar het helpt wel om bruggen te bouwen en polarisatie in de kiem te smoren. Dat schept ruimte om het echte kwaad in de wereld op rechtvaardige wijze aan te pakken.

Ik zal deze kritische en heldere journalist missen. Wie volgt hem op?

Turkije, Actueel

Er is weer een kerk moskee geworden, in Istanboel, in Turkije. Na de Hagia Sophia, die in juli weer in gebruik werd genomen als moskee, is het in oktober de Chorakerk. Dat is wel jammer, natuurlijk. Het zijn twee mooie kerken met veel oude mozaïeken en historische fresco’s, onder andere van het laatste oordeel. Volgens sommige christenen een klap voor de christelijke gemeenschap in Turkije en teken dat het christendom langzaam maar zeker uit Turkije wordt verdreven.

Toch moet ik eerlijk zeggen dat ik er niet echt wakker van kan liggen. Waarom niet? Wordt de kerk in Turkije dan niet bedreigd? Laten we eerst even de feiten boven water krijgen. De nieuwskoppen lijken te suggereren dat er kerken worden gesloten en levende christelijke gemeenschappen plaats moeten maken voor het dagelijkse gebed van moslims. De werkelijkheid is dat zowel de Hagia Sophia als de Chorakerk al eeuwen niet meer in gebruik zijn als kerk. Tot 1453 was dat wel het geval, maar daarna hebben beide kerken eeuwenlang eeuwenlang als moskee dienstgedaan. Pas sinds resp. 1935 en 1945 zijn het musea. Al die tijd heeft de islamitische gemeenschap de christelijke kunstschatten met veel zorg omgeven, al waren ze lange tijd aan het zicht onttrokken. De ‘kerken’ zijn dus al bijna 570 jaar niet meer in gebruik als christelijk gebedshuis. Er is nu dus ook niet ineens een christelijke gemeenschap dakloos geworden, alsof ze hun kerk niet meer in mogen. De kans is groot dat de fresco’s buiten de islamitische gebedstijden nog gewoon te bezichtigen zullen zijn. We zullen het zien.

Het gaat dus vooral om een symbolische en politieke daad. Maar moet ik daar wakker van liggen? Wordt het christendom daarmee uit Turkije verdreven? Dat ligt eraan. Als je denkt dat het christendom wordt bepaald door een Kathedraal met Fresco’s, ja dan is dit dramatisch voor de christelijke gemeenschap. Maar was zegt dat dan over die christelijke gemeenschap? Zit de kracht en het leven van de kerk in een gebouw, dat al lang niet meer in gebruik is als kerk? Dan is het christendom er wel beroerd aan toe. Een gebouw kun je zomaar kwijtraken. Maar als ik het goed begrijp, verandert er voor het christendom in Turkije nu niet zoveel. Integendeel. De kerk, die voor een deel bestaat uit moslims die Jezus zijn gaan volgen, groeit nog steeds. En als ik Open Doors mag geloven, heeft ze veel meer te lijden van de druk uit de gemeenschap. Een museum dat nu als moskee gebruikt gaat worden maakt niet zo heel veel verschil. Iemand schreef ergens: ‘het christelijke verleden wordt uitgewist’. En dat zegt het precies. Het gaat om het verleden. De kracht van de kerk vandaag is het geloof. En juist daar gebeuren hele bijzondere dingen.

Alle kerken in Turkije hebben in 2016 een document opgesteld waarin ze samen hun geloof belijden. Recent kreeg ik de Engelse vertaling in handen. Dat is pas baanbrekend! Het gaat namelijk om kerkgemeenschappen die al eeuwen gescheiden optrekken, elkaar soms verketterden om wat ze geloofden. Oosterse en Westerse kerken, die in de 11e eeuw uiteengingen, Katholieke en protestantse tradities die in de 16e eeuw botsten, verkondigen nu samen de kracht van het Evangelie, dat God zich in Jezus ten volle geopenbaard heeft en door Zijn Geest werkt vanaf de schepping tot vandaag toe. Dat is een grote kop waard in het ND en is oneindig veel belangrijker dan een museum met fresco’s dat nu weer geclaimd wordt als moskee.

Voor mij is dit het getuigenis dat Jezus Christus regeert, zelfs als een afbeekding van Christus pantocrator door een laken of een laag kalk aan het oog onttrokken wordt. Jezus wordt niet verborgen, zolang de kerk vrij blijft getuigen van zijn onvoorwaardelijke liefde.

Christenen moeten zich niet laten verleiden mee te doen in een politiek spel en al helemaal niet in een slachtofferrol kruipen. Laten we liever weer de kracht van het Evangelische ontdekken en daar samen met alle heiligen van getuigen.

Veroordeeld om te dienen

Ik las een tijd geleden een uitspraak van dominee Orlando Bottenbley, die bij mij bleef haken. Dominee Bottenbley – nu predikant in Amsterdam – is van Surinaamse afkomst. Er was een moment in zijn leven dat hij terugwilde naar Suriname. Omdat één van zijn kinderen ernstig ziek was, gingen zijn plannen niet door. Hij ervaarde dat God hem tot Nederland ‘had veroordeeld’. Dat is een interessante uitspraak in een tijd waarin heel veel vluchtelingen staan te springen om naar Nederland te komen, maar hier niet welkom zijn. Nederland is een prachtig land. Misschien is niet alles goed gegaan in de geschiedenis, maar het is geen ramp om in Nederland te wonen. Voor Bottenbley voelde het evenwel als een oordeel.

Daar moest ik wel even over nadenken. Zou het kunnen zijn, dat we toch iets fundamenteels zijn kwijtgeraakt in de loop van de geschiedenis. Dat ons roemruchte verleden en onze trots ons hebben uitgehold. Ik herinner me dat toen wij terugkeerden uit Libanon, na bijna acht jaar in het Midden Oosten te hebben gewoond, ook ik ambivalente gevoelens had. Natuurlijk, Nederland is het land van familie en vrienden, van onze kerkelijke thuisgemeente, van de frisse lucht, de prachtige bossen en polders; hier hoorden we thuis, hier spraken we de taal, dit is ons vaderland. Maar Libanon was ons tweede thuis geworden. Onze kinderen waren er opgegroeid, we hadden er een nieuwe christelijke gemeenschap gevonden met een grote veelkleurigheid die het lichaam van Christus eigen is. En het leven was er op een bepaalde manier ‘echter’, ‘dieper’. Waren er geen problemen? Was het leven soms niet vreselijk ingewikkeld, bij tijden ontwrichtend? Absoluut. In Libanon moest je over alles onderhandelen. Nooit was iets zeker. Je had te maken met mensen die verwond waren door een lange burgeroorlog, en elke dag was onvoorspelbaar en zat vol met verrassingen. Daardoor ging het elke dag wel ergens over. Het ging altijd over leven en dood, over God en Jezus, over wat echt leven is en over de toekomst. Mensen waren zich niet altijd maar wel regelmatig bewust van de aanwezigheid van de Allerhoogste.

Dat miste ik bij terugkomst. En lange tijd heb ik het gevoel gehad tot Nederland veroordeeld te zijn. En soms bekruipt me dat gevoel opnieuw. Als ik kijk naar de polarisatie, naar de arrogantie die ons Nederlanders eigen is. We weten het allemaal altijd beter. Beter dan de bondscoach, beter dan de dominee of voorganger, beter dan het OMT, beter dan Rutte, de Jonge en de rest. En vaak krijg ik het gevoel dat we het ook beter weten dan God zelf (als hij al bestaat). Wij gaan het Corona virus overwinnen, wij lossen zelf onze problemen wel op.

Ook de christelijke gemeenschap lijkt nog steeds in een soort actiemodus te zitten. Alle mogelijke middelen uit de kast halen om te blijven doen wat we altijd deden. Met de overheid ruzie maken over hoeveel mensen we nu wel of niet binnen mogen hebben. In het Midden Oosten hoor ik dat soort discussies helemaal niet (al besef ik niet alles te horen wat er speelt). Geen gezeur over Coronaregels, maar vooral kerken die zich afhankelijk weten van God. Die heel creatief vanuit soms verschillende tradities in kleinere groepen gewoon corona-proof samenkomen om bemoedigd te worden uit de bijbel, om samen te bidden. Die zich toewijden aan God en vervolgens aan de samenleving; aan mensen die ziek zijn, die hulp nodig hebben, die geen eten of medicijnen hebben. In alle fijngevoeligheid onderscheiden waar het op aankomt. Zoals Luther tijdens de pest deed: vanuit een God vrezend geloof, dat God niet verzoekt en ook niet roekeloos is, zoveel mogelijk naastenliefde betrachten. Dat zou de kerk sieren. Zo heeft Bottenbley Gods weg uiteindelijk gezien als een goede weg. Niet tot Nederland veroordeeld, maar geroepen om te dienen.

Echte democratie?

Ik kan me vreselijk irriteren als een journalist, die een kritische vraag stelt, aan bijv. een politicus, geen inhoudelijk antwoord krijgt, maar weggezet wordt als ‘slecht’ of ‘corrupt’. Als de ‘t(T)rump card’ ‘fake news’ wordt getrokken of de criticus wordt weggezet als bevooroordeeld, om maar niet op de inhoud te hoeven ingaan. Alsof de kritiek daarmee verdwijnt. Als iets aan de orde wordt gesteld, wat niet klopt, dan verdient dat een eerlijke weerlegging, een diepgaande uitleg, een excuus of een plan van verbetering.

Misschien ben ik op dit punt wel zo gevoelig, omdat ik een wetenschapper ben en wetenschappers nog wel eens hetzelfde overkomt. Als je vanuit de bijbel met grondige argumenten kritische vragen stelt over gevoelige kwesties, zoals de islam of de staat Israël, krijg je eerder het verwijt door moslims en Arabieren gehersenspoeld te zijn, dan dat er eerlijk over de inhoud wordt gesproken. Maar daarmee verdwijnen de vragen niet. Zeker, wetenschappers zijn niet neutraal of volkomen objectief, dat is niemand. Maar je kunt niet zeggen dat de wetenschap als zodanig mensen bewust op het verkeerde been zet. Als er iets misgaat, is het altijd weer de wetenschap zelf die misstappen ontmaskert en corrigeert. En wetenschappers zijn voortdurend in gesprek over eenzijdigheden en vooronderstellingen.

Vorig jaar jaar was Herman Finkers te gast in de Ongelofelijke Podcast van de EO en haalde hij op droge humoristische, maar toch felle wijze uit naar alle kritiek op de wetenschap. Herman kreeg aan het begin van deze eeuw lymfatische leukemie. De prognose toen was niet goed. Maar, zoals Herman het zelf zegt, dankzij de wetenschap is een dodelijke ziekte een chronische ziekte geworden. Door de ontwikkelingen van de wetenschap en nieuwe inzichten leeft hij nog! Dus weet wel wat je doet, als je het vertrouwen in de wetenschap opzegt. Je kunt de diagnose van de wetenschapper afdoen als fakenews. Je kunt ervoor kiezen hem of haar niet te vertrouwen en een verborgen agenda te verwijten. Je kunt ook gaan schelden. Maar dat verandert niets aan de inhoud. En daar moet het over gaan. Over de onderzoeksmethoden, hoe de arts aan de diagnose is gekomen en of die diagnose ook in een second opinion wordt gesteld. En wat je daar dan aan kunt doen.

Dat geldt eigenlijk ook voor de rechtsspraak in Nederland. Er kan vast veel verbeterd en hervormd worden. Maar als de rechter op grond van de Nederlandse wetgeving zegt dat je iets verkeerd gedaan hebt, dan kun je niet roepen: ‘Dit is corrupt.’ Als je het niet eens bent met het oordeel kun je in hoger beroep en in cassatie. Maar je kunt rechters niet incompetent noemen of pionnen van de politiek om zo onder de feiten uit te komen. Dat kan uiteindelijk even dodelijk zijn voor de samenleving als het negeren van de diagnose van een dokter voor een patiënt.

Ik heb in mijn leven intussen wel geleerd dat je altijd naar kritiek moet luisteren, ook al wordt het gegeven door iemand met een specifieke agenda of zelfs met de intentie je een hak te zetten. Als de kritiek terecht is kun je ervan leren, moet je je ideeën of je manier van werken aanpassen. Als de kritiek niet terecht is, kun je het weerleggen.

Maar ja, ik hoor het mezelf zeggen. Het lijkt wel alsof iedereen die dit aanstipt een roepende in de woestijn is. Wat heeft het nog voor zin? Misschien helpt het als iedereen die de pers, de wetenschap en de rechtsspraak in Nederland wantrouwt eens een poosje gaat wonen in een land dat doorspekt is van corruptie. Waar elke journalist gecensureerd wordt, de wetenschap genegeerd wordt, waar je niet kunt rekenen op een eerlijk proces en waar elke politicus echt corrupt is. Benieuwd hoe gauw de criticasters zullen proberen met de stroom vluchtelingen Nederland weer binnen te komen.

Huil met wie huilen in Beiroet

Niet zo lang geleden was ik met mijn vrouw op de fiets op weg naar de Waalsdorpervlakte. Ik wilde nu eindelijk wel eens het monument zien, waar op 4 mei onze doden worden herdacht. Op deze vlakte zijn in de tweede wereldoorlog meer dan 250 mensen door de Duitse bezetter geëxecuteerd. Het werd een surrealistische ervaring. Toen we er bijna waren, hoorden we ineens de harde, droge knallen van geweerschoten. Alsof we even terug waren in de tijd en de oorlog nog steeds voortwoedde. Na een kort moment van verwarring zagen we de ingang van de kleiduif schietsportvereniging ‘JST Waalsdorp’. Dat verklaarde de schoten. Hoe verzin je het. Een schietvereniging op de Waalsdorpervlakte….

Eenzelfde surrealistisch gevoel had ik vorige week, toen de haven in Beiroet ontplofte. Het raakte mij natuurlijk diep, omdat we er als gezin meerdere jaren hebben gewoond en je meteen denkt aan al die mensen die je kent. De beelden leken uit zo’n rampenfilm te komen, die zó overdreven is, dat je weet dat het nooit kan gebeuren. En ineens is het realiteit. ‘Dit hebben we zelfs tijdens de burgeroorlog (1975-1990) nooit meegemaakt’, appte iemand. Meer dan de helft van de stad is in meer of mindere mate beschadigd en verwoest. Ik dacht aan Romeinen 12:15: ‘Huil met wie huilen’ (Rom. 12;15)!

Dat laatste doet echter niet iedereen. Gelukkig is er veel meeleven, veel bewogenheid, veel concrete hulp, ook van onze regering. Maar tegelijk ook veel simplisme en domheid. Er werd direct op allerlei manieren gespeculeerd over de oorzaak, al binnen enkele uren na de ramp, terwijl er praktisch nog niets bekend was. De wildste verhalen gingen rond. Trump wist: ‘Het kan onmogelijk een industriële ontploffing zijn, het is een bomaanslag’. De BBC suggereerde dat het te maken zou hebben met het Hariri tribunaal, dat deze week uitspraak zou doen (de rechtbank die oordeelt over een explosie uit 2005, die een einde maakte aan het leven van voormalig premier Rafiq Hariri). En bij Op1 werd gedacht dat het misschien wel Israël was geweest, die Hezbollah een lesje wilde leren. Ze hadden het allemaal mis.

Wat ik helemaal niet meer mee kan maken, is hoe er op sociale media gereageerd wordt, bijvoorbeeld op minister Sigrid Kaag. Zij vertelde hoe de ramp haar persoonlijk had geraakt, omdat ze lange tijd in Beiroet heeft gewoond, het land haar dierbaar is en ze veel vrienden en bekenden heeft, waar ze zich zorgen om maakt. En hoe ze namens ons land hulp heeft toegezegd. Ik snap niet hoe mensen daarop kunnen reageren met: ‘ga erheen en blijf daar’, ‘je bent een vreselijk mens’, ‘Libanon zit niet te wachten op terroristen-lover Kaag’ en de rest herhaal ik maar niet. Maar ook reacties als: ‘ze hebben gekregen waar ze om vroegen’, ‘laat ze hun eigen boontjes maar doppen’, ‘eigen schuld…’ Verbijsterend hoe weinig compassie er blijkbaar onder mensen kan zijn. Honderd(en) doden, duizenden gewonden en nog kunnen mensen niet het respect opbrengen voor verloren levens, voor de onzekerheid over geliefden, voor het verdriet om overledenen en voor de zorg om de toekomst van Libanon en de regio. Het zal wel gaan om een stupide minderheid, maar ze krijgen op Twitter dan toch wel onevenredig veel ruimte. Het zijn er dan ook weer teveel om allemaal te blocken.
Ik probeer het toch maar te negeren en me te richten op wat er aan goeds gebeurt. Zoals de hulp die minister Kaag heeft geboden. Of zoals het Baptisten Seminarie in Beirut, dat alle gastenkamers en conferentieruimtes heeft opengesteld voor mensen die dakloos zijn geworden, ongeacht of ze moslims of christen zijn. Dat noem ik nou liefde en compassie. Dat is daadwerkelijk huilen met hen

die huilen. Gelukkig is er toch nog meer dan een schietverenigingen op de Waalsdorpervlakte en onmenselijke haat op twitter.

Je nek uitsteken

Afgelopen Januari, net voor de Corona Crisis werd Carola Rackete vrijgesproken. Het Italiaanse Hof van Cassatie, oordeelde dat ze nooit gearresteerd had mogen worden.
Rackete was de Duitse kapitein van de SeaWatch 3. Seawatch is een Duitse organisatie die zich inzet om vluchtelingen op de Middellandse zee te redden. De Seawatch 3 voer ruim een jaar geleden met 53 mensen naar de haven van Lampedusa. De Italiaanse minister van binnenlandse zaken, Salvini, weigerde het schip toe te laten in de haven. Maar Rackete vond het onverantwoord nog langer op zee te blijven, want de vluchtelingen waren uitgeput, meerdere mensen waren ziek en één vrouw was zwanger. In de haven raakte ze per ongeluk een boot van de Italiaanse kustwacht. Bij aankomst werd Rackete direct gearresteerd. Salvini beschuldigde haar van een oorlogsdaad en van mensensmokkel. Uiteindelijk werd zij vrijgesproken, want ze had geen wetten overtreden en zich ingezet om mensenlevens te redden.

Het is een bizar verhaal, maar wat mij raakte was de houding van Rackete. Ze zei: “Ik aanvaard gevangenschap in ruil voor de vrijheid van mijn passagiers.” Ze was bereid om zich in zekere zin op te offeren voor het leven en welzijn van anderen. Je nek uitsteken omdat je niet anders kunt. Dit is leiderschap en daar heb ik veel respect voor. Het houdt me ook een spiegel voor.

De toon in onze Tweede Kamer was fors anders. Het schip voer met een Duitse bemanning onder Nederlandse vlag en dus moesten wij er ook iets mee. Twee van de regeringspartijen waren het met Salvini eens. Mensen redden zonder toestemming mag niet en is een vorm van mensensmokkel. ‘Het werk van Seawatch is geen reddingswerk, maar een veerdienst voor illegalen’, zo klonk het. Een meerderheid van het parlement leek het daarmee eens. Alleen Christenunie en D66 bleven dapper weerstand bieden en distantieerden zich van deze uitspraken.

Natuurlijk is dit van mij geen pleidooi voor anarchisme; we maken afspraken en wetten en daar houden we ons aan. Maar er zijn momenten dat mensenlevens belangrijker zijn dan wetten. Er zijn momenten dat je je nek moet uitsteken ook als het je wat kost. Wie durft dat vandaag nog? Afgelopen zaterdag was het 25 jaar geleden dat de enclave Screbrenica viel, er is deze weken al veel over gezegd. Dutchbat was volkomen niet in staat zijn nek uit te steken, bijna onbewapend en kwetsbaar. Ze deden wat ze konden en hebben zo nog meerdere mensen kunnen redden. De VN wilde zijn nek niet uitsteken en weigerde luchtsteun. Politiek misschien correct? In ieder geval leidde het tot een slachtpartij van meer dan 8000 (!) mannen, bijna 3 keer zoveel als de slachtoffers van 11 september 2001 in de VS. In koelen bloede vermoord, omdat ze Moslim waren. En ik voel me aangesproken, want de daders waren – oprecht of niet, nationalistisch of niet – christenen (Servisch Orthodox). Ik weet dat moslims in Europa zich wezenloos geschrokken zijn. Is dit de volgende pogrom? Steek ik mijn nek uit als christen om dergelijke wandaden te benoemen en me uit te strekken naar verzoening en herstel? Doe ik dat ook als ik weet dat ik bedreigd kan worden of zelfs de gevangenis in kan gaan. Omdat je het goede doet?

Ik moet denken aan Mozes en Paulus. Zij staken hun nek uit en waren bereid zelfs hun leven te geven om daarmee hun volk te redden. “Schrap ons uit uw boek, maar laat uw volk niet verloren gaan.” Zij konden dat niet, zij hoefden dat niet. Maar Jezus deed het wel. Hij ging niet alleen de gevangenis in, maar gaf zijn leven voor vluchtelingen en zondaars, voor mensen die geen hoop en geen leven hebben. Ik kan niet doen wat Jezus deed. Ik hoef niet te doen wat Jezus deed. Maar als ik Rackete hoor, dan denk ik: ik zou wel iets meer op Jezus mogen lijken. Misschien u ook wel….

(Geen) hand geven

“Ik geef u geen hand…..!” Als een ouderling dat enkele weken geleden tegen mij had gezegd, voordat ik een kerkdienst zou leiden, had ik me afgevraagd: “waarom niet? Heb je iets aan je hand? Of ben je bang dat ik iets ga zeggen dat niet Bijbel is?” Vandaag vind ik het niet meer dan ‘normaal’. Het staat op elke winkel, elke school, elk bedrijf waar je binnenloopt. In verband met Corona houden we anderhalve meter afstand en geven we elkaar GEEN hand. Maar het blijft bijzonder.

We voeren namelijk al veel langer het gesprek over wel of niet ‘handen geven’. Het steekt bepaalde mensen dat orthodoxe moslims lang niet iedereen een hand willen geven. Sommige mannen doen dat onder andere uit respect voor een vrouw, die alleen door haar eigen man mag worden aangeraakt; sommige vrouwen geven omgekeerd mannen om die reden geen hand. Het kan ook met reinheidswetten te maken hebben. Hetzelfde geldt overigens voor de Orthodox Joodse gemeenschap, al is dat onder christenen veel minder problematisch. De discussie gaat over integratie en respect. Volgens een deel van Nederland, moet je een ander uit respect groeten met een handdruk, want zo zijn onze manieren. Dat hoort bij onze cultuur. En het is respectloos als je dat niet doet.

Blijkbaar ligt dat vandaag anders. Het is ineens helemaal niet meer zo beledigend als iemand je geen hand geeft. Integendeel, het is juist respectloos als je het tegen alle regels in toch doet. Het kan zelfs een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Daarom geven we elkaar tegenwoordig een elleboogstoot. Die kenden we tot nu toe vooral uit de voetballerij, als een gemene overtreding. Op een elleboogstoot staat een rode kaart. Je kunt meteen van het veld af. Dat ligt nu wat anders. Naast de elleboogstoot ben ik – op weg naar de kansel of op andere plekken – tot mijn grote verrassing ook heel vaak gegroet op een manier die ik van moslims (en soms ook christenen) in het Midden Oosten heb geleerd: met je hand op je hart de ander vriendelijk toeknikken of een kleine buiging maken. Voor mij voelt dat het heel vertrouwd, ‘hart’elijk en respectvol, maar ook dat had niemand enige tijd geleden kunnen denken, laat staan accepteren. Een islamitische groet in de kerk, hoe verzin je het.

We kunnen ons dus wel degelijk heel goed aanpassen aan een ander. Cultuurprincipes zijn niet in beton gegoten. Wat we met een handdruk willen zeggen, kan ook anders. Een hand geven is niet principieel Nederlands en elkaar met de hand op het hart vriendelijk toeknikken is niet exclusief islamitisch of Oosters. We begaan geen grote zonde als we elkaar in en buiten de kerk op oosterse wijze groeten. Hoe zijn we dan eigenlijk aan die rechterhand gekomen? Het stamt nog uit de tijd dat de meeste mannen met een zwaard rondliepen. De meerderheid was rechts. Wie een ander met een open rechterhand tegemoet trad, liet zien dat hij in vrede kwam, zonder wapens. Een hand geven was een teken van overgave en kwetsbaarheid. Dat is wat anders dan krampachtig vasthouden aan het gelijk van je eigen cultuur. Het gaat om de openheid van je hart, niet van je hand. Elke vorm die iets van verbinding kan uitdrukken, is wat mij betreft gepast.

Toch vind ik het niet leuk, dat ik geen handen mag schudden. Het voelt kaal en afstandelijk zonder lichamelijk contact en ik zie er naar uit dat we elkaar weer mogen aanraken. Misschien ben ik wel Nederlandser dan ik dacht. Hoewel, eigenlijk vind ik die handdruk ook nog wat te mager. Ik ga het liefst voor een stevige ‘hug’, of op z’n Nederlands: omhelzing. Al vraag ik me wel af of er ouderlingen zullen zijn die mij straks bij de preekstoel een (ambtelijke) ‘hug’ zullen geven. Tegenwoordig kan het maar zo en van mij mag het….